In een tijd waarin autorijden de grootste aanslag op je budget vormt, ontkom je af en toe niet aan ‘Down to Earth’ gedachten. Een dure auto is, ehhh, duur. Een Dacia Logan daarentegen is goedkoop, zeker als je ziet hoe ruim de auto is: het is prima toeven voor vier of vijf personen en een fantastich grote kofferbak maakt het helemaal af.

Qua uiterlijk is de auto niet bepaald aantrekkelijk. In essentie is het weinig meer dan een doos op wielen. De vergelijking met BMW motoren dringt zich aan me op: de charme van een grasmaaier, maar ze brengen je van A naar B. Daar houdt de vergelijking meteen op, want BMW motoren zijn, in tegenstelling tot de Dacia, juist behoorlijk prijzig.
Een proefrit was snel geregeld. Het kostte slechts weinig tijd om me te realiseren dat deze auto niks voor me is. Om de een of andere reden gaat gas geven zwaar, heel erg zwaar - het is alsof je met je voet door uithardend beton heen moet duwen. Vreemd. Sturen gaat prima, maar het beschaafde getik van de gemiddelde richtingaanwijzer is vervangen door een uiterst irritant “piep-piep-piep-piep” geluid. Eeeeks.
Dan maar geen supergoedkope auto. Een Mitsubishi Lancer Wagon bijvoorbeeld, het schoolvoorbeeld van een auto die mijn goedkeuring kan wegdragen. Het is, ondanks zijn formaat, een betaalbare auto. De Almeerse Mitsubushi dealer van Kooy bood echter zo weinig voor mijn huidige auto, dat het riekte naar (weliswaar legale) diefstal. Dit bedrijf kan ik niet serieus nemen.
Ik rij nog wel even door. Da’s ook Down to Earth.