En God zei: Er zij licht, en er was licht.

Het is al laat als ik thuis kom. Buiten is het donker en koud. Ik stommel de hal in en probeer op de tast het lichtknopje te vinden. Dat lukt, maar de giftige, door de overheid verplicht gestelde kwikdamplamp (ook wel bekend als spaarlamp) heeft er nog niet veel zin in. Het zwakke schijnsel is gelukkig net voldoende om de deurkruk naar de huiskamer te kunnen ontwaren.

Eenmaal in de huiskamer aangekomen herhaalt hetzelfde ritueel zich. Tien minuten later is de huiskamer redelijk verlicht, zij het zonder die delen van kleurenspectrum die gloeilampverlichting zo prettig doet ogen. Ik zou verder kunnen klagen over het toilet - ook een plek waar je direct licht wilt, zeker als je hoge nood hebt. Of over de kast onder de trap, de gang, de overloop en de douche.

Nu heb ik weinig op met hamsteren. Het doet me denken aan de oorlogsverhalen van mijn ouders, ook zo’n donkere periode. Toch heb ik een uitzondering gemaakt voor gloeilampen, zeker nu men het 60 Watt model een jaar eerder wil verbieden dan was afgesproken. Volgens het laatste nieuws wil de EU daar een stokje voor steken, maar je weet het maar nooit in dit knettergekke land.

Spaarlampen heb ik daar waar ze nuttig zijn: in de buitenlamp, in de huiskamer en in de keuken. Allemaal plekken waar lampen lang branden en waar we dus kunnen spreken over een substantiƫle besparing op het energieverbruik. Op alle andere plekken in huis is de gloeilamp in ere hersteld. Ze geven direct licht, hoeven maar heel kort te branden en gaan daardoor vele jaren mee. De energiebesparing die een spaarlamp zou geven, staat niet in relatie tot het ongemak.

Als mijn voorraadje op is, dan is er vast een nieuwe, zuinige lamp uitgevonden die de voordelen van de spaarlamp combineert met die van de gloeilamp. Tot die tijd blijft Edison hier God.

Leave a Reply